Veel studenten en jongeren twijfelen: schrijf je hijsen of heisen? Het juiste antwoord is: je schrijft hijsen met een j. Het werkwoord heisen bestaat in het Nederlands niet. Toch ontstaat de verwarring vaak, omdat de klank van de ij in gesproken taal soms bijna klinkt als een ei. In dit artikel lees je wat hijsen betekent, hoe je het gebruikt in verschillende situaties, welke vervoegingen erbij horen én hoe het zit met het zelfstandig naamwoord hijs.
De betekenis van hijsen (werkwoord)
Het werkwoord hijsen heeft meerdere betekenissen:
- Iets optillen of omhoogbrengen
Bijvoorbeeld: een vlag hijsen, een zeil hijsen, jezelf ergens op hijsen.
- Voorbeeldzin: Op Koningsdag hesen we de vlag in de mast.
- Voorbeeldzin: Hij hees zichzelf op de schutting.
- Zichzelf met moeite ergens omhoogtrekken
Vaak gebruikt bij klimmen of jezelf optrekken.
- Voorbeeldzin: De bergbeklimmer hees zich stukje bij beetje omhoog.
Vervoegingen van hijsen
Omdat hijsen een sterk werkwoord is, ziet de vervoeging er zo uit:
Tegenwoordige tijd
- ik hijs
- jij hijst
- hij/zij/het hijst
- wij/jullie/zij hijsen
Verleden tijd
- ik hees
- jij hees
- hij/zij/het hees
- wij/jullie/zij hesen
Voltooid deelwoord
- gehesen
Voorbeelden in zinnen:
- De zeelui hesen het zeil toen de wind aantrok.
- Hij hees zich met moeite over de muur.
- Ze hebben de vlag al gehesen.
Hijs als zelfstandig naamwoord
Naast het werkwoord hijsen bestaat ook het zelfstandig naamwoord hijs. Dit gebruik je vooral in informele taal.
Betekenis: een flinke trek van een sigaret, joint of e-sigaret.
- Voorbeeld: Mag ik een hijs van je sigaret?
- Voorbeeld: Hij nam een diepe hijs van zijn vape.
Figuurlijk gebruik: soms wordt het ook breder gebruikt voor een slok of snelle consumptie.
- Voorbeeld: Na de training nam hij een hijs uit zijn bidon.
👉 Let dus goed op het verschil:
hijsen = werkwoord (de vlag hijsen).
een hijs = zelfstandig naamwoord (een hijs nemen van je sigaret).
Veelgemaakte fout: heisen of hijsen
Omdat de uitspraak van de ij soms lijkt op de ei, schrijven mensen per ongeluk heisen. Dat is echter fout. Het juiste is altijd hijsen.
Dus als je twijfelt tussen heisen of hijsen: kies altijd voor de variant met een j.
Taaltip voor studenten
Twijfel je vaker bij spelling? Je bent niet de enige! Net zoals bij het verschil tussen betekent of betekend (zie ons eerdere artikel), helpt het om de vervoegingen te leren.
Daarnaast zie je dat woorden soms meerdere betekenissen krijgen, zeker in jongerentaal. Denk maar aan ons artikel over de betekenis van FOMO. Hetzelfde geldt voor hijsen: van een vlag hijsen tot een hijs nemen van een e-sigaret – taal groeit mee met hoe je het gebruikt.
Conclusie
Het juiste werkwoord is altijd hijsen (hees, hesen, gehesen). Het zelfstandig naamwoord hijs gebruik je om een trek van een sigaret, joint of e-sigaret aan te duiden. Het woord heisen bestaat simpelweg niet.
Dus als je weer twijfelt tussen hijsen of heisen: onthoud dat alleen hijsen en hijs correct zijn.